Er is een tijd in de Alpen waarin de kleuren extra fel zijn, de paden leeg, en de lucht fris terwijl het zonnetje je huid nog verwarmt. Ah, de herfst!
Ergens in september kleuren de kleine blaadjes van de struiken op de berg massaal rood, wat een dromerig geheel vormt met de groene dennenbomen en blauwe lucht. Sommige mensen noemen dit de beste tijd om in de bergen te zijn. De zomervakantie is allang voorbij, toeristen zijn uit de dorpen teruggetrokken naar huis, maar er ligt – met een beetje geluk – nog geen sneeuw: dat laat de paden vrij voor locals, en slimmeriken die besluiten om in september nog een weekje de bergen in te trekken.
Ronde: Sölden – Windachtal – Brunnenkogelhaus – Brunnenbergalm – Sölden
Dit is misschien wel mijn favoriete ronde hier. Je start direct in Sölden en eindigt er ook weer, dus je hebt geen zorgen om transport als je in het dorp verblijft. Het pad is makkelijk en niet te missen, en je hebt een beetje van alles: door het bos, langs diepe afgronden met wild stromend water; een doorkijkje in het prachtige Windachtal; wijdse uitzichten vanaf de berg, en een hut op de top. Die is eind september wel dicht, dus eigen bammetjes meenemen. Onderweg word je urenlang getrakteerd op die geweldige herfstkleuren. Wat wil je nog meer?
De statistieken
Afstand van Sölden tot het Brunnenkogelhaus: 9,5 kilometer
Hoogtemeters: 1.400+ hm
Splits:
Van de start in Sölden tot Fiegl’s Hütte: 5 km / 600 hm.
Van de brug net na Fiegl’s Hütte tot het ‘plateau’ met bordjes: 3 km / 600 hm
Laatste stuk: 1,5 km / 200 hm
Van het Brunnenkogelhaus naar beneden: 8 kilometer / 1.400 hm (10 kilometer als je via Moos loopt)
Totaal: 17 km / 1.400+ hm (of 19 km als je via Moos loopt, zie de tekst hieronder)
Tijd: dit hangt écht af van jouw tempo en aantal adempauzes. Ik doe het in 3 uur omhoog en minder dan 2 naar beneden, maar dit is aan de snelle kant. Het is goed te doen als dagtocht voor geoefende wandelaars, maar trek er de hele dag voor uit. Een rustig tempo betekent bijvoorbeeld 4,5 uur naar boven en zo’n 3 naar beneden.
Beschrijving
Mijn plot van de route vind je gratis hier.
In Sölden begin (klik voor Google Maps pin) je aan de oostkant van de rivier en maak je gelijk hoogtemeters: een trap en wat smalle paadjes om huizen en schuren heen brengen je al gauw hoog boven het dorp. Volg hier vooral de gele bordjes ‘Zu den Almen’ voor de kortste route, je hoeft niet over de weg te lopen maar kan de geitenpaadjes volgen. Na een kort stukje door het bos ga je door een hek waar duidelijk een bord van Fiegl’s Gasthaus op gespijkerd zit. Je slingert over de ‘oude weg’ richting Fiegl’s, gestaag stijgend, rotsen aan je linkerhand en een diep dal aan je rechterhand. Na ongeveer een uur (afhankelijk van jouw tempo) krijg je een eerste doorkijkje in het prachtige Windachtal. Wat een rust!
Je bereikt Fiegl’s Hütte/Gasthaus na ongeveer 1,5 tot 2 uur (ik loop het in 1 uur 15 min., maar ik neem geen pauzes). Overigens een dikke aanrader om te pauzeren met een kopje koffie, appelsap, of – afhankelijk van de tijd – een verse lunch. De eigenaren zijn ontzettend aardig en het terras biedt een geweldig uitzicht. Zij blijven vaak tot later in het seizoen open dan de omliggende hogergelegen hutten: echt een herfsttip dus.
Ongeveer 5 minuten ná Fiegl’s ga je met een brug aan je rechterhand het water over. Niet te missen, het is goed aangegeven met bordjes. Dan begint een steile klim door het bos waarbij je een paar keer kleine stroompjes water oversteekt en wat modder tegenkomt. Even doorzetten, want in minder dan een uur kom je boven de boomgrens! (Ik doe dit stuk in 30 minuten.)
Dan begint het feest der kleuren: een heerlijk zwierend pad neemt je mee door het lage struikgewas met rood, oranje, geel, groen en grijs. Je blijft netjes hoogtemeters maken, komt een draaihekje tegen, en daarna een afslag met bordjes: blijf omhoog gaan richting het Brunnenkogelhaus (níet afslaan naar de Brunnenbergalm). Ongeveer een kwartier later kom je op “het plateau met bordjes”, een stukje vlak met een grote steen waar je pauze op kunt houden. (Zie de Tips hieronder voor een extraatje: de Wannenkarsee)
Het bord geeft aan dat je nog 1 uur te gaan hebt tot het Brunnenkogelhaus en dat klopt wel aardig. De meeste hoogtemeters zitten er al op – goed gedaan! – en het einddoel is in zicht, maar laat je niet afleiden door te denken dat je er al bijna bent. Het pad blijft goed begaanbaar. Op het laatst steek je een blokkenveld over – grote stenen die op elkaar gestapeld zijn. Je kan je ongeveer 5 meter vasthouden aan een ijzeren ketting, waar het pad wat smal is. Tip: kijk naar het pad en niet te veel opzij. Er is genoeg plek om je voeten stabiel neer te zetten. Je bent ongeveer 5 minuten bezig met deze grote stenen. Het allerlaatste stuk zigzag je omhoog naar de hut toe: en wat een uitzicht! Je kan alle kanten op kijken vanaf deze graat. Neem de tijd om lekker te genieten bij de hut.
Je kan dezelfde weg terug lopen en jezelf op een lunch bij Fiegl’s trakteren. Maar als je een rondje wilt maken, ga je aan de andere kant van de hut en berg naar beneden. Er is maar één pad, niet te missen, volg de vlaggetjes. Na wat stoffige zig-zags loop je weer over een mooi stuk waar rotsen en lage begroeiing het landschap tekenen. Je merkt dat je al snel de boomgrens weer bereikt. Na ruim een uur (ik loop dit in 40 minuten) stuit je op de Brunnenbergalm, die waarschijnlijk gesloten is, maar waar je wederom prima een pauze kunt houden.
Volg de bordjes Sölden om via een steil bospad doelgericht af te dalen. Meer behoefte om de benen te strekken op een makkelijkere weg? Je kan ook vanaf de Brunnenbergalm de bredere weg volgen. Die loopt uiteindelijk richting “Sölden – Moos” wat aan het eind van het dorp is. Vanaf het wildrooster bij Moos kan je het bos weer in duiken en loop je in zo’n 15 minuten (leuker dan over straat!) richting het startpunt van je route. Het totale dalen kost je zo’n 2-2,5 uur (via Moos doe je er wat langer over – ik deed de lange afdaling in 1 uur 50 min. totaal).
Tips:
Begin september rijdt de wandelbus nog, waarmee je tot Fiegl’s Hütte kan komen. Daarmee bespaar je jezelf circa 1,5 uur (afhankelijk van jouw persoonlijke tempo) en – eerlijk – het minst mooie deel van de wandeling. Zo kan je op 1.950 m boven zeeniveau beginnen aan je tocht! Info over de bus vind je als het goed is op de website van Ötztaler.
Op “het plateau met bordjes”, wanneer je al een tijd onderweg bent en zicht op de hut hebt, zie je een bordje met Wannenkarsee. Dit is naar mijn mening een van de mooiste, relatief onontdekte bergmeren van de omgeving! Wanneer de zon erop schijnt, is het water ongelofelijk blauw. Je kan hier een stempel halen en rustig aan de waterkant van je broodje genieten. Je maakt zo’n 250 hoogtemeters extra en moet rekenen op 40 minuten heen (en ca. 30 minuten terug). Als de zon schijnt: absoluut de moeite waard.
Ben jij al bij het Brunnenkogelhaus geweest in de herfst? Laat het me weten! Stuur me gezellig een berichtje op Instagram: @wildweg.nl








